Wie in deze stad een slot laat vervangen, krijgt soms te horen dat het niet zomaar past. Dat heeft meestal één oorzaak: er zit geen hout in de sponning maar staal. In de blokken uit de jaren vijftig en zestig is dat volstrekt gewoon, en bij bergingsgangen, portiekdeuren en galerijdeuren is het zelfs de regel. Voor sluitwerk verandert dat een paar dingen fundamenteel.

Wat er anders is dan bij hout

Een houten deur is vergevingsgezind: u kunt er bijwerken, uitfrezen, opvullen en een plaatje overheen zetten. Staal niet.

  • frezen en bijwerken is er niet bij; wat erin zit moet passen
  • de ruimte voor een cilinder is beperkt, dus de lengte moet exact kloppen
  • schroeven in dun staal houden niet; er horen bouten door het profiel
  • de maten volgen het profiel van de fabrikant, niet een standaard
  • waar staal op staal sluit, zet roest zich tussen plaat en kozijn vast

Weet u niet of bij u hout of staal in de sponning zit?

Een magneetje op het kozijn geeft meteen antwoord, en wij kijken ook graag zelf.

Hoe u het zelf vaststelt

Houd een koelkastmagneetje tegen de stijl van het kozijn, net naast het slot. Blijft hij hangen, dan heeft u staal. Tik er ook eens met uw knokkel op: staal klinkt hol en helder, hout klinkt dof. Veel kozijnen zijn in de kleur van hout geschilderd, dus met kijken alleen komt u er niet.

Doe het op meer plekken, want in dezelfde woning kan de voordeur in staal hangen terwijl de achterdeur in een houten pui zit. Dat komt in de naoorlogse blokken hier geregeld voor.

De fout die het meest wordt gemaakt

Iemand koopt in de bouwmarkt een cilinder van dertig bij dertig millimeter, omdat dat de maat is die thuis ook paste. In een stalen kozijn zit de cilinder echter dieper weggewerkt, en dan steekt zo'n maat aan de buitenkant uit. Juist dat uitsteken is de zwakke plek waar een tang op aangrijpt. Een cilinder die twee millimeter te lang is, maakt het verschil tussen een deur waar niemand aan begint en een deur die in één ruk open is.

De tweede veelgemaakte fout zit in de sluitplaat. Die wordt met twee korte schroeven vastgezet in materiaal dat dun is, en bij de eerste flinke duw trekt hij los. Dan is het niet het slot dat bezweek maar de plaat eromheen.

Roest op een plek waar u niet kijkt

Dit is het punt waar wij hier het vaakst voor worden gebeld, en de klacht komt bijna altijd in dezelfde woorden: de deur loopt sinds kort aan, maar ik zie niets. Tussen de sluitplaat en het kozijn kruipt vocht, en roest neemt ruimte in: een laag van een halve millimeter is genoeg om de schoot ergens te laten hangen. Omdat het achter de plaat zit, is er van buiten niets te zien.

Wij halen de plaat eraf, maken het schoon, zetten er een uitvoering voor die niet gaat roesten en bevestigen die met bouten door het profiel. Dat is een halfuur werk en het houdt jaren.

Wat er wel in kan

Voor stalen kozijnen bestaan sloten met een smalle voorplaat die precies op die profielen zijn gemaakt, in gekeurde uitvoering en met kerntrekwerend beslag erbij. De keus is kleiner dan bij hout, maar de kwaliteit doet niets onder. Dat is dan ook de reden dat wij voor deze deuren apart materiaal in de bus hebben liggen: met een standaardslot uit het schap komt u hier niet verder dan passen en proberen.

Laat er eens iemand naar kijken. Bel 010 2002683 of lees wat onze slotenservice omvat.